1 Algemeen
Deze gevelconstructie vertegenwoordigt de traditionele dampopen opbouw van een biobased gevel. Echter, waar deze in vroeger tijden op de bouwplaats werd opgebouwd, wordt de met geperst stro gevulde houtconstructie tegenwoordig geprefabriceerd en op de bouwplaats gemonteerd. De dikke pleisterlagen voor en achter worden vervolgens op het werk aangebracht.
De hedendaagse variant van deze traditionele opbouw is in samenwerking met de Vakgroep Strobouw toegevoegd aan deze standaard biobased bouwdetails van Building Balance. Hiermee kan aan de hedendaagse nieuwbouweisen worden voldaan.
2 Constructieve sterkte
De constructieve sterkte wordt geleverd door de houtconstructie waartussen het geperste stro is opgenomen. Er zijn verschillende leveranciers op de markt die hierin gespecialiseerd zijn. Hiermee kunnen zelfs dragende gevels worden gerealiseerd. Uiteraard dient een evt. constructieve toepassing in nauw overleg met de constructeur te worden afgestemd.
Uitgangspunt in deze details is een hart-op-hartafstand die is afgestemd op de meest voorkomende afmetingen van strobalen. Die kan verschillen. In deze details is uitgegaan van een standaard hart-op-hartmaat van 480 mm tussen de houten stijlen.
3 Thermische isolatie
Geperst stro heeft andere eigenschappen dan ingeblazen strovezels. De dichtheid van geperst stro is bijvoorbeeld anders dan de dichtheid bij losse ingeblazen strovezels. Bij geperst stro zijn we hier uitgegaan van een gemiddelde dichtheid, ρ ≥ 100 kg/m3. Bij ingeblazen strovezels (afhankelijk van de lengte) ligt dit globaal iets lager, tussen de 85 en 90 kg/m3.
De warmtegeleidingscoëfficiënt van geperst stro ligt ook iets minder hoog dan bij losse ingeblazen strovezels. Daarin spelen met name de oriëntatie van de halmen en de homogeniteit van het materiaal een rol. In deze details is uitgegaan van λreken = 0,055 W/(mK). Deze waarde is gebaseerd op in de literatuur beschikbare recente metingen van geperst stro waarbij de richting van de halmen haaks op de warmtestroomrichting staan (dus verticaal in geval van een gevel). Ιn laboratoriummetingen in Duitsland is hiervoor een λdeclared = 0,048 W/(mK) gemeten voor dit stro bij 23 °C en 50% RV en een λdeclared = 0,043 W/(mK) gemeten voor dit stro als het volledig droog is. Dit is vastgelegd in de ETA 17/0247. [Hier verwijzing opnemen naar https://www.dibt.de/pdf_storage/2017/ETA-17!0247(8.12.01-5!14)e.pdf] Tevens is een conversiefactor voor de invloed van vocht bepaald. Deze bedraagt Fm = 1,1 (dus 10% toeslag). Beide zijn bepaald op basis van de Europese productnorm voor isolatie van strobalen, de EAD 040146-00-1201 [hier verwijzing opnemen naar https://www.eota.eu/download?file=/2014/14-04-0146/ead%20for%20ojeu/ead%20040146-00-1201_ojeu%202023.pdf] . Voor de veroudering van het stro dient te worden gerekend met de conversiefactor voor veroudering, FA. Volgens genoemde productnorm hoeft die niet in rekening te worden gebracht (stro veroudert niet). Echter, volgens de NTA 8800:2024 dient in elk geval rekening te worden gehouden met een FA=1,05. Zie definitie onder formule E.3 in § E.2.1 in combinatie met voetnoot B in tabel E.5.
Op grond van formule E.3 van de NTA 8800:2024 kan vervolgens de rekenwaarde voor geperst stro worden bepaald. Deze ligt op λreken = 0,043 x 1,1 x 1,05 = 0,050 W/(mK).
In de berekening van de Rc-waarde voor deze constructie is nog 10% marge genomen. Daardoor is er enige marge voor onzorgvuldigheid bij het samenstellen van de strobalen (richting van de halmen en dichtheid.
4 Waterdampdoorlatendheid
Een gevelconstructie van geperst stro is bedoeld om dampopen toe te passen. De damp die in de leemstuclaag aan de binnenzijde kan worden opgenomen als de vochtconcentratie binnen hoger is dan in de constructie, wordt grotendeels in de leemstucwerklaag binnen opgenomen en weer afgestaan aan de ruimte bij een lage luchtvochtigheid in de ruimte. Vocht dat in het stropakket terecht komt, ofwel van binnen ofwel via de kalkstuclaag aan de buitenzijde, kan even makkelijk ook weer uitdampen bij droge klimaatomstandigheden. Deze opbouw wordt al eeuwenlang toegepast in ons Noordelijke klimaat.
Met een eenvoudige Glazerberekening kan worden ingeschat of bij dunnere wanden geen ongewenste condensatie kan ontstaan. Bij toepassing van een dikker stropakket zijn sowieso geen condensatieproblemen te verwachten.
5 Luchtdichtheid
De luchtdichting van de constructie wordt primair door de leemstuclaag aan de binnenzijde geregeld. Deze dient dan ook vlak en zonder naden te worden aangebracht. Bij aansluitingen op andere constructieonderdelen en bij doorbrekingen dienen aanvullende maatregelen te worden genomen om voldoende luchtdichtheid te borgen. Dit is in de details met deze constructie aangegeven.
6 Waterdichtheid
Deze gevelconstructie is gebaseerd op een enkelvoudig waterdichtingssysteem. Dat betekent dat de kalkstuclaag aan de buitenzijde de volledige waterdichtheid van de gevel moet verzorgen. Daarbij is het van groot belang dat de luchtdichtheid voldoende geborgd is in de leemstuclaag binnen. Daardoor kunnen convectiestromen door de constructie heen, als gevolg van drukverschillen binnen en buiten, voorkomen worden en kan er ook geen water de constructie in worden gezogen.
7 Geluidwering
De geluidwering van de gevelconstructie is ingeschat op een geluidweerstand van RA ≤ 38 dB. Deze eengetalswaarde is ingeschat voor het geluidspectrum voor verkeerslawaai. Het Bbl vereist dat in een verblijfsgebied in de woning geen hogere geluidbelasting in de woning ontstaat, als gevolg van geluid van buiten (verkeerslawaai), dan 33 dB. Dat betekent dat deze gevelconstructie ook geschikt is voor toepassing in situaties met een flink verhoogde geluidbelasting en wel tot een, in het Omgevingsplan maximaal vastgestelde, omgevingswaarde voor het gezamenlijke geluid van buiten van 33+38 = 71 dB. Dit ligt 16 dB boven de reguliere geluidbelasting die in Nederland voorkomt in gebieden waar geen verhoogde geluidbelasting voor verkeerslawaai voorkomt.
8 Brandveiligheid
8.1 Brand- en rookklasse
Geperst stro heeft een brandklasse E. Daarom moet het aan weerszijden voldoende brandwerend worden afgeschermd. Zowel het de in deze constructie voorziene kalkstuclaag van 30 mm als de leemstuclaag van 25 mm aan de binnenzijde, zijn onbrandbaar en kunnen veel warmte opnemen. Zij vormen voldoende afscherming om te voorkomen dat een beginnende brand het stropakket kan bereiken.
Aangebrachte doorbrekingen in de binnenafwerking dienen zodanig te worden uitgevoerd dat het geperste stro ook via die weg voldoende is afgeschermd. Bij het aanbrengen van wandcontactdozen dienen die daarom voldoende brandwerend te worden uitgevoerd.
8.2 Wbdbo
De vereiste wbdbo (weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag) tussen twee woningen bedraagt minimaal 60 minuten. Aan deze eis wordt voldaan als het kortst mogelijke branduitbreidingstraject van de ene woning naar de andere ten minste 60 minuten bedraagt. Het kortst mogelijke branduitbreidingstraject kan voeren door de constructie heen (branddoorslag), door de aansluitingen tussen constructieonderdelen heen (branddoorslag) of via de buitenlucht (brandoverslag). De brandwerendheid van een constructieonderdeel is dus slechts één van de routes die bepalend kan zijn voor het voldoen aan de wbdbo-eis. Een gevel vormt geen directe scheiding tussen twee woningen en daarom geldt in beginsel geen brandwerendheidseis aan een gevelconstructie, tenzij er een vluchtroute voert aan de buitenzijde langs de gevel. Het maatgevende branduitbreidingstraject van de ene naar de andere woning bij een gevel wordt bepaald door de aansluiting van de gevels ter plaatse van de woningscheidende wand. Eventuele bouwtechnische maatregelen hiervoor zijn opgenomen in de details waarin deze constructie is toegepast.

