De, te downloaden, biobased bouwdetails zijn systematisch opgebouwd en voorzien van veel extra informatie. Hieronder worden de verschillende elementen hierin nader toegelicht.
Detailcode
Detailcoderingen
De biobased bouwdetails zijn voorzien van een specifieke detailcode die als volgt is opgebouwd:
Kk – vvv
| Kk | Nr. van het specifieke knooppunt volgens onderstaande figuur. |
| Vvv | Opvolgend uniek variantnummer voor betrefffende knooppunt. |

Figuur 1 Nummering in knooppunten in biobased bouwdetails
Constructiecoderingen
Elk bouwdetail is een aansluiting van twee of meer constructieonderdelen. Informatie over deze constructieonderdelen is apart van de details beschreven. De volgende principes zijn gehanteerd om de gebruikte constructieonderdelen te coderen:
Algemene opbouw: [S].[t].[v]
Waarbij,
[S] is het soort constructieonderdeel. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen
B – Beganegrondvloerconstructie
D – Dakconstructie
G – Gevelconstructie
V – Vloerconstructie
[t] is het type constructieonderdeel. Hierin zijn de volgende details relevant voor biobased bouwen:
Beganegrondvloerconstructies:
5 – Houten balkenvloer
Dakconstructie
1 – Hellend dak sporenkap
2 – Hellend dak sandwichelement
4 – Plat dak houtconstructie
5 – Hellend dak gordingenkap
Gevelconstructie
2 – Houten binnenspouwblad en plaatmateriaal als gevelbekleding
12 – Strobalen met weerszijden leem
13 – Houten binnenspouwblad en Buitengevelisolatie
Vloerconstructie
5 – Houten balkenvloer
6 – CLT-vloer
[v] is het varianttype. Dit is een doorlopende nummering vanaf 1 van typen constructieonderdelen.
In de biobased bouwdetails worden de volgende constructieonderdelen gebruikt:
| G 3.5 | Nageïsoleerde spouwmuur, 2x halfsteens |
| D 5.1 | Nageïsoleerde gordingenkap van voor 1975, dampdicht Rc > 6 stro |
| D 5.1 | Nageïsoleerde gordingenkap van voor 1975, dampdicht Rc > 6 hennep |
| D 5.2 | Nageïsoleerde gordingenkap van voor 1975, dampopen |
| W 1.1 | Woningscheidende wand, steens metselwerk |
| V 1.1a | Monoliete i.h.w.g. betonvloer |
| B 5.1 | Houten vloer boven kruipruimte |
| V 5.8 | Houten balkenvloer tussen verblijfsruimten |
| D1.5 | Sporenkap met I-liggers en vezelisolatie |
| G 2.13 | Houten gevel met beplating en installatiespouw |
| G 12.1 | Houten gevel van strobalen met kalk- en leemstuc |
| W 3.1 | Woningscheiding, ankerloos met vezelisolatie |
| D 5.3 | Nageïsoleerd dak met opdakelement met inblaasvezels (stro-isolatie(a);hennepwol (b)) |
| D 5.4 | Sporenkap met biobased wolisolatie |
| D 5.1a | Nageïsoleerde gordingenkap van voor 1975, dampdicht, Rc 3,5 stro/hennep |
| D 4.4 | Plat houten dak met biobased vezelisolatie en PIR-plaat op dakbeschot |
| G 2.12 | HSB-dragende gevel met gevelbeplating |
| V 5.10 | Houten balkenvloer tussen verblijfsruimten zonder isolatie |
| V 5.11 | Houten zoldervloer (indien zolder geen verblijfsruimte) |
| W 3.2 | Woningscheiding, ankerloos met vezelisolatie en spouwplaat |
Constructieonderdelen en bouwfysische prestaties
Op het tweede blad van elk biobased bouwdetail zijn de relevante bouwfysische prestaties opgenomen. Vaak hoort een bouwfysische prestatie bij het zgn. ‘m2-pakket’ van een constructieonderdeel waaruit het detail is opgebouwd. De betreffende prestatie is dan ook beschreven bij dat betreffende constructieonderdeel.
De beschreven bouwfysische prestaties zijn in nauw overleg met DGMR tot stand gekomen. De rapportage hiervan vindt u hier.
De Rc-waarden van de constructieonderdelen zijn bepaald volgens bijlage C van de NTA 8800.
Elk constructieonderdeel is voorzien van een codering die vermeld is op dit tweede blad. De uitgangspunten die in de details zijn gehanteerd voor elk constructieonderdeel, zijn te vinden in de toelichtende teksten hierover op deze website.
Sommige prestaties zijn juist afhankelijk van de aansluiting van constructieonderdelen op elkaar in het detail. Deze prestaties zijn ook vermeld op het tweede blad van elk biobased bouwdetail.
Aandachtspunten
Op het tweede blad van elk detail zijn ook een aantal aandachtspunten beschreven. Deze aandachtspunten maken integraal onderdeel uit van het detail en zijn belangrijk om te beschouwen als het detail in de praktijk wordt toegepast in eenzelfde of iets afwijkende vorm.
Aandachtspunten zijn onderverdeeld in:
- Waarschuwingen
- Ontwerpaanbevelingen
- Uitvoeringsaanbevelingen
- Toepassingsvoorwaarden
Prestatielayers
In een prestatielayer wordt een principe voor een prestatie van het detail visueel inzichtelijk gemaakt door de relevante onderdelen in het detail die essentieel zijn voor het behalen van de prestatie, met een kleurvlak zijn aangegeven. Pijlen en grenslijnen ondersteunen de weergave. Niet alle prestatielayers zijn even relevant bij een detail. Alleen de relevante prestatielayers zijn als tekeningblad bij het biobased bouwdetail toegevoegd.
De hieronder toegelichte prestatielayers kunnen worden onderscheiden.
Thermische isolatie
Aangegeven zijn de delen van gesloten constructieonderdelen die zijn meegenomen in de Rc-berekening. Tevens zijn de begrenzingen van de gesloten constructieonderdelen aangegeven volgens bijlage K van de NTA 8800. De in het detail vermelde producten vormen de basis van de vermelde Rc-waarde. Deze is berekend volgens bijlage C van de NTA 8800.
Thermische brug
Lijnvormige warmteverliezen worden weergegeven als Ψ-waarde (psi-waarde). Deze waarde kan gebruikt worden in de verplichte BENG-berekening voor nieuwbouw. Voor verbouw is de Ψ-waarde minder van belang en wordt daarom niet vermeld. De schematisering voor de Ψ-waarde is complementair aan die voor open en gesloten geveldelen volgens bijlage K van de NTA 8800.
Waterdichtheid
Biobased bouwmaterialen lenen zich in principe goed voor dampopen bouwen. Desondanks moet dampopen bouwen altijd met de nodige voorzichtigheid en met kennis en kunde worden toegepast om teveel inwendige condensatie in de constructie te voorkomen. In dampremmende constructies wordt aan de binnenzijde van de constructie een damprem aangegeven. Deze is weergegeven in de prestatielayer. Om meer dampopen te bouwen kan ook een dampvariabele klimaatfolie worden toegepast. Ook deze werkt als een damprem in de winter en opent zich in de zomer, waardoor het in-de constructie-aanwezige vocht naar binnen en buiten kan uitdampen.
Het helemaal achterwege laten van een folie kan bij renovatie in een steenachtige constructie riskant zijn. Hiervoor dient, per situatie een goede bouwfysische analyse te worden uitgevoerd met de benodigde twee- of driedimensionale berekeningen.
Luchtdichtheid
Alleen de positie van potentiële naden en kieren in de constructie is aangegeven in deze prestatielayer. De hierin weergegeven dichtingen zijn essentieel om voldoende luchtdichting te verkrijgen.
Geluidwering
In de prestatielayer geluidwering wordt uitsluitend de geluidwering tussen ruimten weergegeven. Alle in het detail relevante onderdelen in de aansluiting die belangrijk zijn om de aangegeven geluidwering te behalen, zijn met een kleur weergegeven. Er is daarbij onderscheid gemaakt tussen het luchtgeluid isolatieniveauverschil (DnT,A,k )en de contactgeluidisolatie (LnT,A).
Brandwerendheid
In de prestatielayer brandwerendheid zijn alle relevante onderdelen in het detail aangegeven die essentieel zijn om te kunnen voldoen aan de weerstand tegen branddoorslag (in minuten) die op het tweede blad van het detail is vermeld.
CO2-opslag
De biobased isolatie is hier aangegeven met een kleur. Deze isolatie is de basis voor de indicatieve waarde die op het tweede blad van het detail is vermeld voor de hoeveelheid CO2-opslag die met isolatie met een plantaardige vezelisolatie kan worden bereikt.
