Doelgroepen

Thema's

Projecten

Kennisbank

FAQ

Trefwoorden

B 5.1 (Houten beganegrondvloer met inblaasvezels, nieuwbouw)

Samenvatting

In deze vloerconstructie is uitgegaan van vloerbalken die uit elkaar zijn gelegen.  Daartussen wordt losse plantaardige vezelisolatie ingeblazen.

Doelgroepen

Thema's

  • B 5.1 Vloer
  • Bouwdetails
  • Nieuwbouw
  • Type Bouw
  • Type Constructie

1                  Algemeen

Vaak wordt bij houtbouw een steenachtige begane grondvloer toegepast. Dat is echter in het geheel niet nodig. Als je volledig biobased wilt bouwen, geniet een houten vloerconstructie boven de kruipruimte de voorkeur. Uiteraard moet voldoende aandacht besteed worden aan de bouwfysische aspecten die hierbij een rol spelen.

In deze vloerconstructie is uitgegaan van gangbare handelsmaten voor vloerbalken (38 mm x 235 mm), die h.o.h. 400 mm uit elkaar zijn gelegen.  Daartussen wordt losse plantaardige vezelisolatie ingeblazen. Aan weerszijden wordt het element afgewerkt met een plaat. Deze beplatingen aan weerszijden zijn voldoende sterk om de druk bij het inblazen van de isolatie te weerstaan. Aan de binnenzijde op de plaat wordt een vochtvariabele of dampremmende folie aangebracht. In de kruipruimte wordt een bodemafsluiter aangebracht (bodemfolie of schelpen) in combinatie met een goede kruipruimteventilatie.

Het gehele element, inclusief de isolatie wordt in de fabriek samengesteld en als geheel op het werk aangevoerd en gemonteerd.  In het werk wordt de folie en de afwerkvloer aangebracht.

2                  Thermische isolatie

De thermische isolatie van de vloer is grotendeels afhankelijk van de λ-waarde (warmtegeleidingscoëfficiënt) van de losse vezelisolatie in combinatie met het houtpercentage. Bij de berekening van de Rc-waarden volgens de NTA 8800,  is rekening gehouden met een houtpercentage van 12%.

Tussen de verschillende beschikbare vezelisolaties is verschil in de te hanteren λ-waarden. Bij de berekening van de Rc-waarden is rekening gehouden met de volgende (conservatieve) λ-waarden:

Vezelisolatietypeλ-waarde [W/(mK)]
Inblaasstro (90 kg/m3)0,046
Losse hennepvezelisolatie0,043
Losse houtvezelisolatie0,040
Losse cellulose-isolatie0,040

3                  Waterdampdoorlatendheid

De waterdampconcentratie is binnen een woning vrijwel altijd hoger dan in de kruipruimte, mits die kruipruimte goed geventileerd is en er niet langdurig plassen in de kruipruimte staan die constant aan het verdampen zijn. Daarom wordt, bij toepassing van een houten vloer boven een kruipruimte geadviseerd om  een kruipruimteventilatie van zo’n 200 mm2/m2 kruipruimte-oppervlak toe te passen of 0,0012 m2/m1 opening in de omliggende gevelwanden. Zorg dat de ventilatie-openingen zoveel mogelijk tegenover elkaar liggen, zodat er een duidelijke ventilatiestroom is die de gehele kruipruimte ventileert.

Tevens is toepassing van een bodemafsluiter noodzakelijk om plassen in de kruipruimte te voorkomen. Met deze maatregelen kan de relatieve vochtigheid onder de 88% worden gehouden, waardoor dampdiffusie van binnen naar de kruipruimte toe blijft plaatsvinden en zich geen vocht langdurig ophoopt in de vloerconstructie.

Het is verstandig om de precieze constructie op projectbasis nader te laten beoordelen door een bouwfysisch adviseur.

3.1             Dampdiffusieweerstand binnenzijde

In deze vloerconstructie is gekozen voor een oplossing waarin met een vrij grote mate van betrouwbaarheid de waterdampdoorlatendheid voldoende beperkt is. Daarom is in de details een dampremmende folie aangegeven. Daarmee wordt de dampdiffusie beperkt. Deze folie is tevens bedoeld om voldoende luchtdichting te realiseren.

Wil je in je project liever zonder folie en nog dampopener bouwen? Onderzoek dan wat mogelijk is via een uitgebreide hygrothermische analyse met een betrouwbaar softwarepakket, zoals WUFI. Schakel hiervoor een bouwfysisch adviseur in.

3.2             Dampdiffusieweerstand kruipruimtezijde

Onder de vloer is een vochtbestendige en dampdoorlatende houtvezelbeplating toegepast met een Sd ≤ 0,5 meter. Zolang de dampdiffusiestroom van binnen naar buiten loopt zal evt. vocht dat zich in de vloerconstructie bevindt, eenvoudig naar de kruipruimte toe diffunderen en van daaruit via de kruipruimteventilatie worden afgevoerd.

Bij toepassing van andere thermische vezelisolatie dan houtvezel,  cellulose, of droog ingeblazen stro (8-12M% vocht), wordt geadviseerd om de toe te passen specificaties voor een dampopen houtvezelplaat aan de spouwzijde in nader overleg met de leverancier en/of een bouwfysisch adviseur af te stemmen.

4                  Luchtdichtheid

In deze constructie is ervoor gekozen om de luchtdichting in het m2-vlak te realiseren via de dampremmende folie op het vloerbeschot. De naden dienen hiervoor, middels hiervoor geschikte tape, te worden afgedicht.

5                  Waterdichtheid

De waterdichtheid van de vloer bij onvoorziene lekkages in de woning is voldoende geborgd door de dampremmende folie die aan alle randen en bij alle doorvoeringen goed is afgetaped. Overweeg deze folie aan de randen ook enigszins omhoog te zetten, zodat water van lekkages niet via de aangrenzende wanden in de constructie kan trekken.

Scroll naar boven